Wat is een gerechtelijk bevel tot betaling?
Tot eind 1991 bestond in Nederland de mogelijkheid om door middel van een zogenaamd “gerechtelijk bevel tot betaling” het bedrag dat niet spontaan door de debiteur werd voldaan op een vrij simpele manier te incasseren. Het bedrag dat op deze manier maximaal gevorderd kon worden bedroeg ƒ 1.500,-.
In de praktijk kwam het op het volgende neer:
Men had een opeisbare vordering van bijvoorbeeld ƒ 1.000,-. Het belang was dusdanig laag dat het niet de moeite waard was hiermee naar de deurwaarder, danwel advocaat, te stappen. Men kon een formulier invullen, dit bij de Griffie van het Kantongerecht indienen en een minimaal bedrag aan griffierechten betalen, waarna de griffier de schuldenaar aanschreef om binnen een bepaalde termijn te betalen, danwel binnen deze termijn verweer te voeren.
In het geval de schuldenaar niet schriftelijk reageerde naar de Griffie, vaardigde de Kantonrechter een titel, d.w.z. een vonnis, uit waarmee tot executie kon worden overgegaan. Reageerde men wel en gaf men te kennen verweer te willen voeren, dan werd de zaak naar de rol verwezen, waarna de debiteur in de gelegenheid werd gesteld zijn standpunt ten aanzien van de vordering mondeling of schriftelijk kenbaar te maken.
Tot zover het verleden van het Nederlandse rechtsstelsel. In het Turkse stelsel kent men het gerechtelijk bevel tot betaling nog steeds.
De hoogte van de vordering is onbepaald. De procedure is min of meer hetzelfde. Door tussenkomst van een deurwaarder wordt aan de debiteur het gerechtelijk bevel tot betaling betekend. Hierin staat tevens een termijn waarbinnen de debiteur dient te betalen of kenbaar dient te maken verweer te zullen voeren. Indien hij/zij dit nalaat, zal automatisch een executoriale titel worden verkregen.
In Turkije maakt de deurwaarder onderdeel uit van de Handelskamer van de Rechtbank en verzorgt de verdere tenuitvoerlegging.
De eisende partij kan, indien verweer wordt aangekondigd, het verzoek tot het uitvaardigen van het gerechtelijk bevel tot betaling intrekken, danwel laten inschrijven ter verdere behandeling bij de Rechtbank. Hierbij moet rekening worden gehouden met het feit dat de eisende partij de griffierechten, die berekend worden aan de hand van het belang van de zaak, gedeeltelijk (1/4) onder de Rechtbank dient te storten.
Indien de gedaagde partij een chicaneus verweer voert, dan kan de rechter de hoogte van de hoofdsom met 40% verhogen, hetgeen in de praktijk zeker ook gebeurt!



